‘Zulke dingen blijven je wel bij’

Met hun zeven kinderen Joop, Gerrit, George, Tonny, Truus, Frans en Agnes woonden Gerhard Lammertink (24 augustus 1909) en Hermina Gezina Lammertink-Huiskes (31 maart 1912) aan de Rijssensestraat 142 in Wierden. Het gezin Lammertink is daar in 1951 of 1952 komen wonen. Het was geen groot huis en met zeven kinderen was het dan ook hutjemutje.

Het oude huis aan de Rijssensestraat 142 in Wierden. Helemaal rechts Gerhard Lammertink.

“Op een gegeven moment waren alle kinderen het huis uit”, vertelt Hans van Gaalen, weduwnaar van Agnes van Gaalen-Lammertink. “Toen zaten Garrat en Miene daar met z’n tweeën. Na twee jaar vonden de kinderen het niet langer verantwoord om hun ouders nog langer alleen te laten wonen.” Truus Perik-Lammertink: “Mijn moeder was ook heel bezorgd omdat ze dacht dat ze borstkanker had. Zo is het hele zaakje aan het rollen gekomen.”

Daarop kwam de vraag of één van de kinderen bereid was om daar te gaan wonen, samen met de ouders. Mij leek het wel een leuke plek, een mooie stek met veel ruimte eromheen. Op dat moment woonden toen nog op een flatje in Almelo. En Agnes vond dat ook wel mooi, ze zat weer bij haar ouders en op de plek waar ze was geboren.” Truus vult aan: “Agnes en Hans woonden toen nog op een flatje in Almelo en wilden aan de Rijssensestraat een huis bouwen. Ook om kosten te besparen zijn zij toen bij onze ouders komen te wonen.”

Maar de woning was sterk verouderd. “Verbouwen van de woning was niet aan de orde, omdat je destijds maar heel weinig mocht uitbreiden en er dus onvoldoende ruimte was voor twee echtparen. Uiteindelijk is in 1977 besloten tot nieuwbouw en het oude huis af te breken. Er moest van alles geregeld worden: vergunningen, het vinden van een architect en een aannemer. Dat zijn Harry Bekhuis en Karsten uit Daarlerveen geworden. Maar we hebben ook veel zelf gedaan samen met de andere kinderen en zwagers, zoals het tegelwerk in huis, alle schilderwerk, het frezen van de sleuven voor alle leidingen in de muren, de riolering, de verwarming en het sanitair.”

Oude bazen op het dak
Vlak voor Pasen 1980 was het woongedeelte voor Garrat en Miene klaar. “Zij zijn als eerste daar gaan wonen. Tot die tijd hebben zij in het oude huis gewoond. De nieuwe woning is achter het oude huis gebouwd, want het moest van de gemeente 35 meter van de weg af. De parallelweg is er overigens pas later gekomen. Twee maanden later zijn Agnes en ik er gaan wonen. Daarna is begonnen met de afbraak van het oude huis. Dat heeft niet lang geduurd. Ik weet nog dat de  broers van Garrat de dakpannen eraf hebben gehaald, zij klommen hoog op het dak. En dat terwijl ze al gepensioneerd waren, zo rond de 70 jaar, dus zaten die oude bazen op het dak.”

Zitkuil
De twee echtparen hadden elk een eigen ingang, het waren dus twee gescheiden wooneenheden. “Het was op zo’n manier ontworpen dat het vrij makkelijk weer een geheel kon worden, namelijk door het weghalen van een niet-dragende tussenmuur.”

Vervolgens werd er langzaam begonnen met de tuin aan de voorkant. “Daar had natuurlijk het oude huis gestaan. Met 180 kuub zwart zand is het achtergebleven gat opgevuld en opgehoogd. En zo kreeg de tuin gaandeweg steeds meer vorm. In de zomer van 1980 ben ik begonnen met de zitkuil. Het leek mij een leuk idee om stukken muur van het oude huis te gebruiken voor de wand. Helaas lukte dat niet, door de vorm paste het niet. Toen heeft Garrat alle stenen gebikt (ontdaan van cement, red.) en daarmee heb ik de zitkuil gemetseld. Als ik zo terugdenk heb ik toen best veel gedaan: naast de zitkuil heb ik ook een barbecue en een trapje gemaakt.  Maar dit was het waard, want het was ’s zomers heerlijk toeven in de zitkuil, je zat mooi in de schaduw van de fruitbomen.”

amenwonen met schoonouders
Op de vraag hoe het was om met (schoon)ouders in één huis te wonen zegt Hans: “Wel goed. Miene was een hele lieve vrouw, Garrat was een man met een gebruiksaanwijzing. Ik kan me nog herinneren dat hij was begonnen met het leggen van tegels voor het huis, zodat we daar konden zitten. Maar Garrat legde de tegels zo sterk aflopend dat als een glas op tafel er vanaf zou glijden. Ik zag dat hij ermee bezig was. Op een avond heb ik alles eruit gehaald en opnieuw gelegd. Daar was hij het niet mee eens, hoofdschuddend stond hij te kijken. Daarna heeft hij er zich ook niet meer mee bemoeid. En om kosten te besparen had Garrat bedacht om van een oude pedaalemmer een brievenbus aan de straat te maken. Hij had de pedaalemmer al op een paal gezet. Dat hebben we toch maar niet gedaan. En ook dat vond hij niks.”

Met veel plezier
“We hebben er altijd met veel plezier gewoond. Na het overlijden van Garrat in 2000 op 90-jarige leeftijd (Miene was in 1992 al overleden), is het gezin verhuisd. “De woning moest weer één geheel worden, dat was destijds de eis van gemeente, anders kregen we geen vergunning voor dubbele bewoning. Maar dat aanpassen kost wel een paar cent. En daarbij kwam ook dat de tuin rondom het huis heel veel werk was. En als de tuin ‘verplicht corvee’ wordt, dan moet je maken dat je wegkomt, heeft ooit iemand tegen mij gezegd. Onze kinderen Jolien (1985) en Matijn (1987) waren op een leeftijd dat ze misschien binnen een aantal jaren het huis zouden verlaten. En dan zouden wij met z’n tweeën blijven zitten in dat grote huis. Ook daarom zijn we eind 2001 verhuisd.”

Huis aan de Rijssensestraat 142 in Wierden.

Met veel plezier
“We hebben er altijd met veel plezier gewoond. Na het overlijden van Garrat in 2000 op 90-jarige leeftijd (Miene was in 1992 al overleden), is het gezin verhuisd. “De woning moest weer één geheel worden, dat was destijds de eis van gemeente, anders kregen we geen vergunning voor dubbele bewoning. Maar dat aanpassen kost wel een paar cent. En daarbij kwam ook dat de tuin rondom het huis heel veel werk was. En als de tuin ‘verplicht corvee’ wordt, dan moet je maken dat je wegkomt, heeft ooit iemand tegen mij gezegd. Onze kinderen Jolien (1985) en Matijn (1987) waren op een leeftijd dat ze misschien binnen een aantal jaren het huis zouden verlaten. En dan zouden wij met z’n tweeën blijven zitten in dat grote huis. Ook daarom zijn we eind 2001 verhuisd.”

Pleister en aspirine
Het huis staat aan de weg tussen Wierden en Rijssen, daardoor kwamen er wel eens onverwachte bezoekers. “Dit was het eerste huis na golfclub De Koepel, dus het is wel eens voorgekomen dat jongeren ’s nachts aanbelden. Zo belden eens twee jongens aan, die van de fiets waren gevallen. Zij vroegen om een pleister en aspirine, want ze hadden hoofdpijn van de drank. De pleister heb ik wel gegeven. De maandag daarna kwamen we langs om een bos bloemen te brengen. Ook heb ik ’s nachts een keer fruithandelaar naar huis in Almelo gebracht die zonder benzine stond. En het was winter, dus het was heel koud. Tot slot kwamen er wel eens scholieren met een lekke band. Wij woonden in het blauwe huis, het laatste huis voor de golfbaan. Jouw opa zei dan: “laat de fiets maar staan, ik plak de band wel even.”

Mooiste
“Het mooiste wat ik of we in dit huis hebben meegemaakt was de komst van onze twee kinderen. En het prachtig om daar te wonen, vooral in de zomerperiode. We hadden de ruimte en dat was voor de kinderen ook heel mooi. Ze hebben heel veel buiten gespeeld. En familiefeestjes waren altijd bij ons, in de kuil was genoeg ruimte om te zitten. En alle kinderen, neefjes en nichtjes, konden heerlijk spelen. In de zomer werd een zwembadje neergezet en dat liep altijd uit de hand, waardoor iedereen altijd kletsnat was. Ook hebben we een keer een echte hut gebouwd, samen met de kinderen. En natuurlijk hebben we veel leuke avonden gehad met Garrat en Miene, zoals kaarten of gewoon gezellig samen zitten. En zondags was het bezoek van de kinderen met hun kroost altijd vaste prik. Zulke dingen blijven je wel bij.”

Familie Lammertink